Diagnostiek na geboorte

Omdat de zwangere voor de geboorte vaak niks merkt van TAPS, wordt de diagnose in sommige gevallen pas na de geboorte van de tweeling gesteld. Kenmerkend voor TAPS is dat de donor bleek is en de ontvanger juist donkerrood.

Bloedonderzoek

Om de diagnose TAPS na de geboorte te stellen, kijken de artsen naar de hoeveelheid hemoglobine in het bloed. Hemoglobine is een stofje in de rode bloedcel. De bleke donor heeft te weinig rode bloedcellen, en daardoor een laag hemoglobinegehalte. Bij de ontvanger zijn er juist te veel rode bloedcellen en is er een te hoog hemoglobinegehalte. Daarnaast wordt er ook naar het aantal reticulocyten (jonge rode bloedcellen) gekeken. Als reactie op het lage aantal rode bloedcellen, heeft de TAPS-donor heel veel jonge rode bloedcellen aangemaakt. Bij de ontvanger wordt het omgekeerde gezien: omdat er te veel rode bloedcellen aanwezig zijn, zijn er juist heel weinig jonge rode bloedcellen .

Placentaonderzoek

Omdat de vaten op de placenta de oorzaak zijn van TAPS, wordt na de geboorte de placenta doorgestuurd voor kleurinjectie-onderzoek. Door de vaten op de placenta met kleurverf op te spuiten, kunnen die heel kleine vaatverbindingen die verantwoordelijk zijn voor TAPS, in beeld gebracht worden.